Alles wat ergens achter zit

Schrijfster en columniste van Volkskrant Magazine Hanna Bervoets houdt van efficiëntie. ‘Ik denk het verhaal van tevoren helemaal uit. Anders ben ik bang dat ik vast kom te zitten.’ 

[av_dropcap1]L[/av_dropcap1]iteratuur of scenario?
‘Literatuur. Ik vind het prettiger om alleen te werken. Bij het toneelstuk en het filmscenario dat ik schreef waren allerlei mensen betrokken. Je bent dan veel aan het bespreken en het duurt lang voordat je verder kunt. Liever ben ik niet afhankelijk van andere partijen en stoom ik in één keer door. En ik kan het ook beter denk ik. Romans schrijf ik al jaren, film en toneel voelen als een uitstapje.

‘De overeenkomst tussen alle genres is dat ik het verhaal van tevoren helemaal uitdenk. Ook bij mijn boeken doe ik dat, anders ben ik bang dat ik vast kom te zit- ten. Veel schrijvers werken niet zo. Adriaan van Dis bijvoorbeeld, die begint gewoon te tikken en opeens ligt er een boek. Ik durf dat niet, ik wil weten wat ik doe. Het lijkt me vreselijk om er na vijftig pagina’s achter te komen dat het dood- loopt en ik alles weg moet gooien. Ik houd van efficiëntie en doe niet graag dingen voor niks.’

Feit of fictie?
‘Fictie. Over feiten kun je nog twisten, want wat is een feit? Als je alles fictie noemt, ben je van die hele discussie af.

‘Ik heb twee jaar achtergrondreportages gemaakt voor Volkskrant Magazine. Wat ik daar leuk aan vond was dat ik stijlmiddelen uit de literatuur kon toepassen op feiten. Wat ik niet leuk vond, maar echt háátte, was het proces wat eraan vooraf ging. Ik kon wel een week bezig zijn met informatie zoeken. Dan had ik een verhaal in mijn hoofd en ging ik er personages bij proberen te vinden. Personages, want ik zag het echt als casten. Al dat regelen duurde eindeloos, terwijl ik gewoon wilde schrijven.

‘Ook dit heeft te maken met efficiëntie: ik verzin eerst het verhaal en zoek daarna de feiten erbij. Sommige schrijvers doen eerst maanden research, maar ik moet daar niet aan denken. Ik wil gewoon beginnen. Als ik iets niet zeker weet, schrijf ik het toch op en dan zoek ik later wel uit of het klopt.’

Dertigersdilemma: ja of nee?
‘Is dat hetzelfde als het twintigersdilemma? Dat heb ik namelijk nooit gehad. Om mij heen zag ik wel mensen worstelen met de vraag wat ze wilden of waar ze goed in waren, maar ik wist al- tijd al dat ik wilde schrijven.

‘Er was ook niets anders dat ik kon, dus dat maakte het makkelijk. Zowel op de basis- als middelbare school schreef ik voor de schoolkrant en toen ik ging stu- deren was het vanzelfsprekend dat ik bij het studieblaadje ging. Ik rolde daar gewoon in voor mijn gevoel.

‘Wat dertigersdilemma betreft, loop ik een beetje achter. Dertigers gaan misschien twijfelen over hun man: is dit hem nou? En nadenken over kinderen. Maar ik heb geen vaste relatie of samenwoon-ervaring, dus tegen dat soort vragen loop ik niet aan.

‘Inmiddels ben ik niet meer bang om 30 te worden. Vroeger zag ik het echt als eindpunt van mijn jeugd, zo van: dan is het echt klaar. Maar ik maak het mezelf ook wel een beetje makkelijk. Mijn levensomstandigheden zijn niet veranderd sinds mijn 25ste. Ik heb nog steeds min of meer dezelfde vrienden, woon in hetzelfde huis en ik ga nog steeds uit.’

‘Het is niet zo dat ik bang ben voor de toekomst. Maar de jaren negentig kenmerken mijn kindertijd. Dat wil ik koesteren’

Nuchter of zweverig?
Meteen: ‘Nuchter. Ik benader alles vrij rationeel en wil vaak de wetenschap erbij halen. Toen ik Kerst vierde met mijn vaders kant van de familie begreep ik waar dat vandaan komt. Op een gegeven moment kwam het gesprek op de boontjes – al vrij snel eigenlijk, want met Kerst gaat het altijd over eten. Iemand zei: die boontjes zijn gestoomd met inductiepannen. Een ander vroeg: hoe werkt inductie eigenlijk? Voor ik het wist ging het alleen nog maar over het proces van inductie en of de magnetron dezelfde mechanismen hanteert of niet. Toen dacht ik: o, hier heb ik het van. Want ik denk ook heel erg zo, ik wil altijd weten wat het verhaal ergens achter is.

‘God, die is er niet. Er is ook geen hiernamaals: dat is een verhaal om de dood minder naar te maken. Eigenlijk is het vrij willekeurig. Een hiernamaals voelt misschien logisch, maar dat komt doordat het de meest vertelde optie is. Als ons eeuwenlang was voorgehouden dat we na de dood veranderen in een zandkorrel, hadden we dát geloofd.’

Highbrow of lowbrow?
Een zucht. ‘Ik word moe van dat hele onderscheid. Het zijn containerbegrippen: je kunt niet zeggen wat waaronder valt. Bij highbrow denk je al snel aan ballet en toneel, maar hoe zit het met literatuur? Welke boeken zijn lowbrow en welke highbrow? Hangt dat van de commercie af, of van wat mensen leuk vinden?

‘Het is een loze discussie die altijd ontaardt in persoonlijke opvattingen. Ik ben er een beetje over uitgepraat. Waarschijnlijk komt dat door vijf jaar studie Media en Cultuur, toen werden we er heel erg op gewezen dat dit soort tegenstellingen – highbrow versus lowbrow, maar ook man versus vrouw, allochtoon versus autochtoon – geen neutrale tegenstellingen zijn, maar altijd een be- paalde hiërarchie verraden. En dat je dus ook moet oppassen niet in dat onderscheid te vervallen.

‘Volgens mij is die tegenstelling ook aan het verdwijnen. Door internet en daarmee gepaard gaande interactie en de beschikbaarheid van informatie lopen zogenaamde hoge en lage cultuur steeds meer door elkaar.’

Einzelgänger of sociaal wezen?
‘Als ik schrijf, moet ik alleen zijn. Met andere mensen om me heen kan ik niet nadenken. Ik merk ook dat sociale activiteiten me soms uitputten, door te veel prikkels en gesprekken.

‘Dat ligt vooral aan mezelf. Alles wat ik doe, doe ik geconcentreerd en intens. Met anderen spreek ik graag één op één af, maar samen hangen kan ik niet zo goed. In mijn eentje hang ik ook nooit, ik ben al- tijd doelgericht bezig. Dan ga ik een uur televisie kijken, dan een uur lezen, dan een uur facebooken. Multitasken kan ik niet: koken met de radio aan, gaat al mis.’

Nostalgie of melancholie?
‘Nostalgie. In mijn columns en boeken schrijf ik veel over onderwerpen uit onze jeugd, zoals de klaparmband, haarmascara of die speentjes die je vroeger spaarde. Ik ben daar dol op, wij allemaal volgens mij. Ik krijg ook veel reacties van lezers die zich daarin herkennen.

‘Je memoreert je jeugd aan de hand van voorwerpen en trends. Onze generatie al helemaal, omdat we met veel beelden zijn opgegroeid. En het mooie is: die beelden zijn er nog, dus die kun je oproepen wanneer je wilt. Het is een soort nostalgie-porno. Al doen we daar inmiddels ook weer meta over. Eerst was het nog soort van origineel om smurfentunes op YouTube te kijken, nu praten we er alweer over dat we dat doen.

‘Het is niet zo dat ik met een weemoedige blik terugkijk op het verleden, of dat ik bang ben voor de toekomst. Sterker nog: ik denk dat het vanaf nu alleen maar beter wordt. Maar de jaren negentig kenmerken mijn kindertijd. Dat wil ik koesteren.’

Het boek of de film?
‘Het boek, want dat is echt van mij. Bij de verfilming van Lieve Céline was ik niet betrokken. Dat wilde ik ook niet. Ik ben erg blij met het resultaat, maar ik houd natuurlijk meer van mijn eigen kind dan van dat van iemand anders. Het is ook bijna niet te vergelijken. Zelf ga ik alleen naar een verfilming als ik het boek niet heb gelezen.’

Schrijven of lezen?
‘Schrijven. Alleen lezen zou betekenen dat je alleen maar consumeert en niks maakt. Ik zou me opgesloten voelen. Maar als ik niet zou kunnen schrijven word ik gek. Ik schrijf elke dag. Het liefst ’s ochtends, als ik nog fris ben en geen prikkels heb gekregen.

‘Het is niet zo dat ik boeken verslind. Ik ben altijd wel in een boek bezig, maar daar kan ik ook drie maanden over doen. Mijn inspiratie haal ik vooral uit mijn dagelijkse leven, films en journalistiek.

‘Ik lees elke dag wel drie uur kranten. Het nieuws sla ik over, want dat vind ik niet interessant. Maar alle achtergrondartikelen lees ik wel. Hoe dat zich dan precies vertaalt naar mijn werk kan ik niet direct zeggen, maar ik denk dat zich onbewust personages vormen in mijn hoofd. Achtergrondartikelen gaan over mensen. Het is een soort repertoire aan werelden die je elke dag weer opslaat.’

Deze OF-rubriek verscheen op 6 april 2013 in de Volkskrant. Bekijk hier het artikel in PDF

Geef een reactie