Mama gaat niet naar de vrijmibo

Een bedrijf runnen met een compagnon vraagt al om afstemming en inlevingsvermogen. Maar een bedrijf samen met je moeder? Dat is misschien nog wel moeilijker. Drie moeders en dochters vertellen: ‘Soms denken mensen dat we ruzie hebben, maar dat is onze manier van communiceren.’

Steffy du Maine (33) runt samen met Yvonne Hooijenga (61) JBL&G, een juridisch kantoor voor letselschade (46 personeelsleden in vaste dienst). Ze hebben ook een medisch advieskantoor: MAB (3 personeelsleden in vaste dienst en ruim 50 freelancers).

Natuurlijk stoort Steffy zich wel eens aan haar moeder. ‘Loop ik na te denken over de koers van het bedrijf, wil ze eerst vijftig liter desinfectiegel bestellen. Of ben ik helemaal blij met de nieuwe website, appt ze: leuk, maar je moet nog Algemene Voorwaarden maken.’ Moeder Yvonne: ‘Steffy is van de grote lijnen, ik let op de details. We vullen elkaar goed aan. Een paar keer per jaar komt het voor dat we als moeder en dochter echt even lekker ruziemaken. De afspraak is: als we het oneens zijn, heeft Steffy het laatste woord. Het is haar bedrijf en zij neemt de beslissingen.’

Yvonne voedde Steffy in haar eentje op. Het gezin zat in de bijstand. Dat was ‘helemaal niet zielig, juist heel gezellig’, zegt Steffy. ‘Mijn moeder was er altijd en we konden spontaan leuke dingen doen, doordat er geen vader was die na het werk verwachtte dat z’n eten klaarstond.’ Toen Steffy op de basisschool zat, ging Yvonne rechten studeren. Na enkele jaren werken op een advocatenkantoor richtte ze een juridisch adviesbureau voor letselschade op. Er komt in die branche van alles voorbij: ouders die hun kind verliezen, zaken die veel media-aandacht krijgen. ‘Je moet sterk in je schoenen staan’, zegt Yvonne. ‘Soms is dat lastig en laten we onze emoties de vrije loop. Op de werkvloer hangt een open sfeer, we delen makkelijk gevoelens met elkaar.’

Enigszins benauwd
Maar de moeder-dochterband kan ook in de weg zitten. Zo was er een periode dat Yvonne constant moe was. Zei Steffy dat ze thuis moest blijven, kwam ze toch naar kantoor. ‘Daar werd ik boos over, en dan werd zij weer boos op mij, omdat ze niet wilde dat ik me zorgen maakte. Zo ben je de hele tijd bezig elkaar te beschermen, terwijl dat juist averechts werkt.’

Yvonne merkte al snel na de oprichting van JBL&G dat ‘het organisatorische’ niets voor haar was. ‘Ik hoef helemaal geen groot kantoor. Steffy was er vanaf het begin bij betrokken en zag waar het heen moest met het bedrijf. Ik vroeg half serieus, half voor de grap of ze het wilde overnemen. Ze keek me aan: waarom niet?’ In 2013 werd Steffy de nieuwe directeur van JBL&G: ‘Ik besloot meteen drie juristen aan te nemen en een groot kantoor te huren. Mama verslikte zich bijna toen ze het hoorde. “Nee hoor, goed idee”, zei ze enigszins benauwd.’ Het bleek een goede zet, vult Yvonne aan: ‘Binnen een jaar zat het kantoor vol.’

Yvonne blijft voorlopig op de achtergrond adviseren en brainstormt mee. Ze ontfermt zich ook over het personeel. ‘Ik vind het heerlijk om te moederen, stuur mensen meteen naar huis als ze niet lekker zijn.’ Steffy: ‘Ze noemt iedereen lieverd. Dan vraagt ze: “Gaat het goed, lieverd?” en reageren er zes mensen.’ Toch houden ze ook dingen gescheiden. ‘Ik ga niet mee op skivakantie en bij een vrijmibo sluit ik ook niet aan. Ik vind het hartstikke gezellig op kantoor, maar gun Steffy ook haar privacy. Eén vegabitterballetje, en dan ben ik weg.’

Judith van Tongeren (57) en Carlijn Oosthoek (27) richtten in 2015 Do Company op. Het doel: drukke gezinnen ontlasten door klusjes van hun to-dolijst over te nemen. Met Butler Point doen ze hetzelfde voor werknemers van kantoren en bedrijfspanden en voor bewoners van appartementencomplexen. Ze zijn werkzaam in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Den Haag en het Gooi. Het bedrijf heeft 5 vaste werknemers.

Thuis noem ik haar mama, op kantoor Judith. Dat hebben we zo afgesproken. Soms zit ik nog in werkmodus als ik met vrienden afspreek. Zeggen zij: die Judith over wie je het hebt, dat is toch gewoon je moeder?’

Boodschappen doen, hond uitlaten, de tuin bijhouden, auto wassen: klanten kunnen Do Company inzetten voor zaken waar ze zelf geen tijd voor hebben. Het idee ontstond tijdens Judiths wandelingen door het Bergse Bos: ‘Ik kom langs de mooiste huizen en zie dat ze bewoond worden door tweeverdieners met kinderen. Verlaten fietsjes in de tuin, een rommelige ontbijttafel: altijd die race tegen de klok. Dat wilde ik oplossen.’

Carlijn woonde op dat moment in Dubai: ‘Ik had een tussenjaar genomen om als stewardess te werken. Na een paar maanden appte ik mijn moeder: zullen we samen iets beginnen? Toen kwam ze met Do Company. Ik vond
het meteen een goed idee. We onderzochten of er behoefte aan was. Die was er, al duurde het even voordat we dat konden achterhalen. Nederlandse ouders vinden het moeilijk om toe te geven dat ze hulp nodig hebben.’

Onzin, vindt Judith, die net als haar man altijd fulltime heeft gewerkt. ‘Wij hadden vijf dagen per week een oppas aan huis. Zij kookte ook. En er kwam elke dag een huishoudelijke hulp. Zo kon ik mijn kostbare tijd besteden aan de kinderen zodra ik thuiskwam. Moeders kunnen het zich zo moeilijk maken. Maar je hoeft het niet allemaal alleen te doen.’

Bijna dode koikarpers
In het begin had Judith de leiding. Na anderhalf jaar meekijken nam Carlijn het bedrijf over. ‘Mijn moeder is nu bij mij in dienst. Functioneringsgesprekken voer ik wel met collega’s, niet met haar. Wel gaan we twee keer per jaar uitgebreid uit eten.’ Judith bestiert met een collega de particuliere markt, Carlijn de zakelijke. Ze hebben hun eigen verantwoordelijkheden, al stuurt Judith haar dochter soms bij. ‘Ze vindt dat ik te direct ben. Als de vaklui die we inhuren hun werk niet goed doen bijvoorbeeld. Heb ik een mailtje opgesteld en leest ze over mijn schouder mee. Hm, ik zou het iets vriendelijker formuleren, zegt ze dan.’

Andersom vindt Carlijn haar moeder juist te lief. Al kan dat in de omgang met boze klanten ook een voordeel zijn. Zo moest er een keer spinrag verwijderd worden uit de dakgoot van een klant. Do Company stuurde een reinigingsbedrijf, ’s avonds volgde er een telefoontje: de geliefde koikarpers van de klant hadden bijna het loodje gelegd. ‘Blijkbaar was er door de wind reinigingsspul in de vijver terechtgekomen’, vertelt Carlijn. ‘Judith ging er meteen heen. Ze bracht de vissen in koelboxen over naar onze eigen vijver. Daarna heeft ze de vijver van de klant gereinigd. Ze lost zoiets meteen op en weet precies de goede dingen te zeggen.’

Wel is er een ander heikel punt: de werkuren. Judith werkt het liefst zoveel mogelijk, ook ’s avonds en in het weekend. Haar dochter neemt wat vaker rust. ‘Even op vakantie en de telefoon uit. Dat heb ik soms echt nodig. Zij ook, maar dat krijg ik haar niet aan het verstand.’ In echt drukke tijden, bijvoorbeeld rond kerst, helpt het hele gezin mee. Judith: ‘Mijn jongste dochter ging tijdens de coronacrisis niet naar school. Zij kon mooi meehelpen met boodschappen doen. En mijn zoon is loodgieter, hij doet klusjes in huis.’

Samantha van der Lee (30) en Petra Stofregen (49) zijn beiden 50 procent eigenaar van sociaalbudgetbeheerkantoor SSBB in Delft. Het bedrijf geeft financiële begeleiding aan ruim 400 cliënten en heeft 12 werknemers in vaste dienst.

Wie van de twee de beoordelingsgesprekken doet? Moeder Petra lacht hard: zij in ieder geval niet. ‘Ik ben veel te direct, ik zeg het gewoon als iemand er een potje van maakt.’ Haar dochter is zakelijker, diplomatieker. Al houdt ze zich tegenover haar moeder niet in. Samantha: ‘Soms denken mensen dat we ruzie hebben, maar dat is onze manier van communiceren. We zijn niet bang ons uit te spreken. Als we een proces willen veranderen bijvoorbeeld, liggen binnen een paar minuten onze pro’s en cons op tafel. Bam, bam, bam. Vijf minuten later zijn we eruit.’

Petra richtte SSBB in 2011 op. Ze wilde cliënten beter begeleiden: niet alles uit handen nemen, maar leren hoe ze zelf de verantwoordelijkheid kunnen nemen over hun financiële situatie. Samantha, die small business en retail management studeerde, adviseerde haar moeder bij het ondernemen en voegde zich in 2014 bij het bedrijf. Samantha schreef procesboeken en deed de administratie, haar moeder was het aanspreekpunt op de werkvloer. Dat veranderde toen Petra in 2017 een beroerte kreeg.

‘In de ambulance dacht ik: morgen ben ik weer aan het werk. Dat werd twee jaar later.’ Haar dochter maakte meteen een actieplan en verdeelde Petra’s dossiers over de werknemers. ‘Dat was even wennen: ik had altijd achter de schermen gewerkt, nu stond ik opeens personeel aan te sturen.’

Terwijl Petra revalideerde, werd Samantha het nieuwe gezicht van SSBB. ‘We waren te klein om iemand aan te nemen en van het personeel was ik de enige die Petra kon vervangen. Inhoudelijk had ik niet veel ervaring. Maar telkens als iemand vragen had over een cliënt, dacht ik gewoon: hoe zou Petra dit oplossen?’

Schuldgevoel
Petra begon in 2019 met re-integreren. Ze houdt zich nu vooral met cliënten bezig, geeft trainingen en werkt 24 tot 30 uur per week. Samantha stelde vorig jaar een manager aan die de werkvloer aanstuurt, zodat zij zich weer op haar oude taken kan richten. Petra voelt zich er nog weleens schuldig over dat haar dochter er alleen voor kwam te staan. ‘Maar ik ben ook trots. Ze heeft het bedrijf draaiende gehouden en sommige dingen doet ze veel beter dan ik.’ Zoals de beoordelingsgesprekken dus, maar ook de salarisonderhandelingen: ‘Samantha is de administratie blijven doen en weet veel beter wat er financieel mogelijk is. Ik ga me daar niet mee bemoeien.’

Andersom leert Samantha van haar moeder veel over het vak. Zo begeleidde Petra een jongen met een laag IQ die diep in de schulden zat. ‘Iedereen had hem al opgegeven, maar Petra bleef in hem geloven. Uiteindelijk kwam hij trots met een budgetplan aanzetten. Bleek dat hij zelf een autootje bij elkaar had gespaard.’

Petra blijft voorlopig hetzelfde aantal uren werken. Of Samantha het bedrijf ooit helemaal overneemt, weet ze nog niet. Ze voelt zich nu prettig bij haar rol en harde afspraken zijn er niet tussen moeder en dochter. Ook niet over de samenwerking. ‘Het loopt eigenlijk wel gewoon’, zegt Samantha. ‘Petra kan inderdaad direct zijn, maar meestal vind ik dat wel geoorloofd. Het is ons bedrijf. We kunnen maar beter duidelijk aangeven hoe we het willen hebben.’

Dit artikel verscheen in FD Persoonlijk, de zaterdagbijlage van Het Financieele Dagblad. Bekijk hier het artikel in PDF.

Geef een reactie