Op de fiets naar school is niet vanzelfsprekend meer

Nederland fietsland? Kinderen hebben vaak niet eens een fiets. In Utrecht krijgen ze de laatste instructies voor het verkeersexamen. ‘Steek je hand uit.’

Gedraai, gegiechel en gezucht. De 23 leerlingen van de Rietendakschool in Utrecht beginnen onrustig te worden. Al een kwartier luisteren ze naar politieagent Daan, die uitlegt hoe ze zich straks moeten gedragen tijdens het praktisch verkeersexamen. ‘Kijk goed naar links en naar rechts. Steek je hand uit. Niet schreeuwen.’ En vooral: ‘Géén mobiele telefoons op de fiets.’

De uitleg duurt misschien lang, maar is nodig, zegt Daan. De laatste jaren ziet hij steeds meer kinderen zakken voor het verkeersexamen. Ze kennen de regels niet meer. ‘Levensgevaarlijk’, vindt juf Petra van groep 7 en 8. Ook zij ziet regelmatig dat haar kinderen te dicht bij elkaar fietsen of plotsklaps oversteken zonder op andere verkeersdeelnemers te letten. Ouders werken dit volgens Petra in de hand; op het schoolplein ziet ze hoe veel leerlingen tegenwoordig met de auto naar school worden gebracht of komen lopen. ‘Fietsen is voor hen al lang niet meer vanzelfsprekend.’

Het is moeilijk voor te stellen in een fietsland als Nederland, maar uit een rondgang blijkt dat dit probleem op meer basisscholen speelt. Op Basisschool ’t Palet in Den Haag doen kinderen zelfs al niet meer mee aan het landelijke fietsexamen van Veilig Verkeer Nederland (VVN). Reden: de fietsvaardigheid van de scholieren was dermate slecht dat te veel kinderen zakten voor het examen.

Volgens Ad Vonk van de ANWB is het, anders dan vroeger, zelfs niet meer vanzelfsprekend dat kinderen een fiets hebben. In drukke steden vinden ouders het onnodig om er een aan te schaffen. De school is dichtbij, of ze wonen ergens waar de fiets niet makkelijk kan worden gestald. Vonk vreest dat Nederland als fietsland ten onder gaat als deze ontwikkeling doorzet. ‘De vraag is wanneer kinderen dan wel gaan fietsen, als ze dat niet van jongs af aan meekrijgen?’

 

‘Ouders zetten hun kinderen onderweg naar hun werk met de auto af. Dat vinden ze handig.’

 

Al jaren proberen verkeersveiligheidsorganisaties het fietsen bij ouders onder de aandacht te brengen. Ze lanceren websites en apps vol met tips, adviezen en oefeningen. ‘Ouders verwachten tegenwoordig dat kinderen dingen over het verkeer op school leren, terwijl het minstens zo belangrijk is dat ze zelf met hun kinderen oefenen’, zegt Divera Twisk, onderzoeker bij Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). ‘Net als tandenpoetsen en gezond eten is deelnemen aan het verkeer een belangrijk onderdeel van de opvoeding.’

Het Sociaal Cultureel Planbureau constateerde in 2008 dat kinderen van allochtone ouders vanwege culturele gewoonten niet snel op de fiets stappen. Zij gaan lopend of met het openbaar vervoer. Dat Nederlandse kinderen minder met de fiets naar school gaan, heeft volgens Twisk een logistieke reden. ‘Ouders zetten hun kinderen onderweg naar hun werk met de auto af. Dat vinden ze handig.’

Daar komt bij dat veel ouders het onveiliger vinden op de weg. Onterecht, zegt Twisk, want er is de afgelopen jaren veel gedaan om schoolomgevingen veiliger te maken. Ook het aantal kinderen dat omkomt in het verkeer daalt. De stichting onderzocht waarom ouders het verkeer dan toch als onveilig ervaren. Conclusie: ze laten zich sterk beïnvloeden door andere ouders. Als die de verkeerssituatie als onveilig beoordelen, wordt daar meer waarde aan gehecht dan aan veiligheidscijfers van de gemeente.

Volgens Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit, versterkt die houding het probleem. Ouders brengen kinderen omdat ze dat veiliger vinden, maar zorgen daardoor zelf voor extra drukte rondom school. ‘Een rare situatie’, aldus de hoogleraar.

 

‘De vraag is wanneer kinderen dan wel gaan fietsen, als ze dat niet van jongs af aan meekrijgen?’

 

Luigi Verhagen (12) van de Rietendakschool snapt alle heisa niet zo. Hij fietst elke dag naar school. ‘Dat doe ik al een jaar’, zegt hij trots. Daarvoor liep hij altijd. ‘Maar nu moet ik toch een beetje oefenen voor de middelbare school.’ Hij trekt zijn New York Yankees-pet recht en scheurt met zijn Citerra-fiets over het examenparcours. ‘Dit wordt een makkie’, roept hij.

Juf Petra heeft gisteren een paar ouders gebeld om er zeker van te zijn dat alle fietsen in orde zouden zijn. Toch kwamen er een paar leerlingen aan op damesfietsen met een kinderzitje. En bij de 11-jarige Mehmet vielen na vijf minuten de trappers al van zijn fiets. ‘We vinden dat ouders het goede voorbeeld moeten geven, maar soms is het moeilijk. Niet iedereen heeft geld voor een goede kinderfiets.’

Dit stuk verscheen op 10 april 2014 in de Volkskrant. Bekijk hier het artikel in PDF.

Geef een reactie