‘Ik ben geen actievoerder’

Bram Belloni

Louise Vet onderzoekt de werking van de natuur. De hoogleraar evolutionaire ecologie wil de planeet graag voor alle bewoners leefbaar houden. Ze begeleidde zelf de bouw van haar nieuwe instituut, volledig volgens het cradle-to-cradle-principe. En het is nog mooi ook. 

Halverwege het gesprek veert Louise Vet opeens van haar stoel. De evolutionair ecoloog kijkt strak uit het raam van haar kamer in het Nederlands Instituut voor Ecologie (Nioo-KNAW) in Wageningen. Buiten wipt een ekster op de houten vlonders heen en weer. ‘Kijk.’ Vet wijst enthousiast naar een van de bovenbalken, waar een nest in aanbouw te zien is. ‘Ik heb hem laatst minutenlang zitten volgen. Hij zocht telkens een takje, sleepte dat naar boven, ging toen terug en begon weer opnieuw. Prachtig toch?’

Louise Vet (61) is al sinds haar jeugd gefascineerd door de natuur. Ze studeerde biologie aan de Universiteit Leiden en promoveerde op het gedrag van parasitaire insecten. Nu is ze hoogleraar evolutionaire ecologie aan de Wageningen Universiteit en directeur van het Nioo, waar ruim 250 wetenschappers, medewerkers en studenten dagelijks onderzoek doen naar de werking van de natuur. Het onderzoeksgebied van het Nioo strekt zich uit van het DNA van bacteriën tot de biodiversiteit van ecosystemen. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe de giftige algenbloei in meren kan worden verminderd, maar ook hoe de winterreis van trekvogels verloopt.

Fijn leven
Volgens Vet, die met opiniestukken in landelijke media en via lezingen regelmatig het belang van de ecologie probeert te benadrukken, kunnen we veel van de natuur leren. ‘Onze economie is gebaseerd op het beginsel van take-ma- ke-waste,’ vertelt ze. ‘We nemen grondstoffen, maken er dingen van en gooien ze later weg. In de natuur is het andersom: daar wordt afval altijd gebruikt als de grondstof voor iets anders. Wij als ecologen onderzoeken hoe die ecosystemen werken, om ze te kunnen beschermen en vervolgens de kennis toe te passen op onze eigen maatschappij. En dat is nodig, willen we onze planeet enigszins leefbaar houden.’

Ze zegt het met opgewekte stem. Vet, gekleed in een hip rood jasje met bijpassende ketting en rok, is niet gediend van het stempel geitenwollensokkentype dat de wereld ten onder ziet gaan. ‘Ik ben een wetenschapper. Geen actievoerder,’ benadrukt ze. ‘Ik werk liever volgens het principe practice what you preach.’

Foto's: Bram Belloni
Foto’s: Bram Belloni

Toen het Nioo een nieuw onderkomen nodig had, nam Vet de verantwoordelijkheid van de bouw op zich. Het onderzoeksinstituut werd gemaakt volgens de principes van cradle-to-cradle: met duurzame materialen, gebruik van zonne-energie en aandacht voor het creëren van biodiversiteit. Nu staat er sinds 2011 tussen het groen een immens gebouw dat zo veel mogelijk kringlopen – energie, water, voedingsstoffen – gesloten probeert te krijgen. Het Nioo ontving voor zowel de architectuur als het duurzaamheidsgehalte meerdere prijzen.

Vet: ‘We wilden een statement maken. Laten zien dat je een bedrijventerrein op zo’n manier kan inrichten dat het niet alleen voor de mens, maar ook voor andere soorten op de planeet fijn leven is. En dat het dan niet meteen een soort kleien hut hoeft te worden, maar architectonisch ook mooi kan zijn.’

Boze gans
Over alles in het pand is nagedacht, laat Vet zien tijdens een rondleiding. De muren bestaan uit Platohout: materiaal dat niet is behandeld met chemische impregneermiddelen, maar door middel van druk en temperatuur is veredeld. De vloeren zijn in plaats van bewerkt met epoxyhars alleen gepolijst. Bovenop het gebouw staan naast zonnepanelen een aantal bedreigde plant- en diersoorten. Onderzoekers gebruiken dit ‘groene dak’ om er verschillende vegetatietypen met elkaar te vergelijken. Ook bekijkt het bedrijf Plant-e hier hoe stroom uit de planten kan bijdragen aan de energie- productie van het Nioo.

Op de begane grond kijk je in het laboratorium via grote glazen puien uit op een groen gebied. Een onderzoeker in witte jas tuurt geconcentreerd in een petrischaaltje, tegen een achtergrond van een met riet omringde vijver. ‘Soms zitten kwikstaarten voor het raam hun jongen te voeren,’ zegt Vet. ‘We hadden ook eens een vadergans, die telkens heel boos begon te blazen als er iemand het lab binnenkwam. Hij wilde zijn territorium afbakenen.’ Lachend: ‘En dan moet je hier dus heel serieus gaan zitten werken.’

Foto: Bram Belloni
Het NIOO

Eurekamoment
Voordat ze aantrad als hoogleraar deed Louise Vet jarenlang onderzoek naar sluipwespen: parasitaire insecten die hun eieren leggen in andere insecten, eufemistisch ‘gastheren’ genoemd. Ze bestudeerde het gedrag van deze beestjes bij de biologische bestrijding van insectenplagen en kwam er achter dat planten een belangrijke rol spelen in de oorlogsvoering. Zo bleek onder meer dat planten, als ze worden aangevallen, geuren afgeven om de vijanden van hun vijanden te trekken. Het was een van haar grootste eurekamomenten, vertelt Vet. Vooral omdat de bevindingen aantoonden dat we veel meer gebruik kunnen maken van de natuur dan we nu doen. ‘Waarom gebruiken we chemische middelen, als we ook kunnen werken met biologische oplossingen?’

We moeten leren werken mét de natuur in plaats van tegen, wil Vet maar zeggen. Haar huidige onderzoek richt zich op het verder verbeteren van de interactie tussen planten en sluipwespen. Door te kijken naar wat zich in de hersenen van een sluipwesp afspeelt als deze een beloning krijgt, is het mogelijk de sluipwesp door middel van een pavlovreactie te leren plantengeuren beter te herkennen, zodat het insect zijn gastheren goed op het spoor komt. Vet: ‘We hopen met deze kennis de efficiëntie van sluipwespen als natuurlijke bestrijders van insectenplagen te kunnen verhogen.’

Hoewel de conventionele landbouwindustrie en een groot deel van het bedrijfsleven achterblijven, staan we volgens haar aan de vooravond van een verandering. Na het kortetermijndenken dat voortkwam uit de industrialisatie zou nu het moment aangebroken zijn voor een nieuw sociaalecologisch tijdperk, met een gezonde balans tussen ecologie en economie. Bij een grote groep consumenten en een aantal voorlopende bedrijven, waaronder ook grote multinationals als Unilever en DSM, is dat besef er al, bemerkt Vet. ‘Bedrijven realiseren zich steeds meer dat hun grondstoffen opraken. En kijk naar al die particuliere initiatieven op het gebied van stadslandbouw, minder vlees eten en het delen van apparaten.’

Toch zijn het nog druppels op een gloeiende plaat. Een honderd procent duurzame levensstijl is bijna onmogelijk. De belangrijkste verantwoordelijkheid ligt daarom bij de grote bedrijven, zegt Vet. ‘Ze maken het ons nu nog veel te moeilijk, met die fout verpakte producten in de supermarkt en de iPhone die onder erbarmelijke omstandigheden wordt gemaakt. Ik ben ervan overtuigd dat bedrijven en consumenten bereid zijn te veranderen, als er maar goede alternatie- ven zijn. Daarvoor is het belangrijk zo veel mogelijk kennis te verspreiden over hoe het anders kan. Ik zie het als mijn taak als wetenschapper om dat te doen.’

Nederlands Instituut voor Ecologie NIOO-KNAWAfval bestaat niet
Om haar visie kracht bij te zetten, staan verspreid door het Nioo stationnetjes met informatie over de duurzame toepassingen in het gebouw. Ook vind je overal containers voor gescheiden afval. Bij het verlaten van de wc wordt de bezoeker vriendelijk gevraagd de deuren meteen te sluiten zodat het licht uitgaat. Nog zo’n cradle-to-cradle-leus: ‘Afval bestaat niet.’

Vet: ‘Mocht iemand besluiten het gebouw af te breken, dan kun je alle onderdelen prima uit elkaar halen en opnieuw gebruiken. Het bestaat helemaal uit staal, glas, hout en beton dat niet is gemengd met kunststof.’

Buiten gaat de duurzaamheidsfilosofie door. Er staan kassen waarvan de warmte wordt opgeslagen om het pand in de winter te kunnen verwarmen. Met oude bunkerelementen van Defensie is een vleermuiskelder gemaakt. De fietsenstalling en de picknicktafels op het dak bestaan uit het hout van de bomen die voor de bouw van het pand moesten worden gekapt. Ook is er een bijenhotel en er zijn overal plekken gecreëerd om vogels te laten broeden, waarna hun gedrag weer wordt bestudeerd door het vogeltrekstation van het Nioo.

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, waar het Nioo onderdeel van is, wilde om het onderzoeksterrein een ijzeren hek plaatsen met videocamera’s om ongenode gasten te weren. Vet weigerde. ‘Ik zei: hoe denk je dat mensen dat vroeger deden? Toen bestond er toch ook geen prikkeldraad of stalen hekken?’ Nu staat er een groene wal met zestien verschillende soorten struiken, door de Nioo-werknemers geplant. Veel mooier, duurzamer en ook nog eens veiliger, zegt Vet. ‘Een ding kan ik je vertellen: als inbreker zou ik nog liever over een hoog hek klimmen dan door een heg met prikkelstruiken.’

Dit artikel verscheen in november 2015 in Het Parool, Folia en New Scientist, ter gelegenheid van het derde Gala van de Wetenschap in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Geef een reactie