Radicale leerlingen, radeloze docenten

Journalist Margalith Kleijwegt bracht extreme politieke meningen van leerlingen in het hoger onderwijs in kaart. Daaruit blijkt dat er een stevige scheiding van geesten aan het ontstaan is tussen radicale moslims en radicale PVV-stemmers. Docenten zitten tussen twee kampen en ontberen kennis om hiermee om te gaan, veelal omdat de instelling geen antwoord heeft op radicalisering.

De aanslag op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo was een verzinsel van de Amerikanen, alleen maar bedoeld om moslims in een kwaad daglicht te stellen. De politieman die zogenaamd dood was, leeft in werkelijkheid, want er lag geen bloed op straat. Islamitische Staat (IS) is een complot van zionisten: de joden willen de islam zwartmaken en vernietigen. Het driejarige jongetje Aylan, wiens foto over de hele wereld bekend werd, was helemaal niet dood. Ze hadden hem alleen zo neergelegd, met zijn gezicht in het zand, om medelijden te wekken.

Dit zijn uitspraken van leerlingen van het vmbo, mbo en hbo in Nederland. Of het nu gaat over aanslagen, IS, vluchtelingen of buitenlanders in het algemeen: docenten worden steeds vaker geconfronteerd met extreme en ongenuanceerde opvattingen van hun studenten. Journalist Margalith Kleijwegt, die eerder al verschillende boeken schreef over de multiculturele samenleving, wilde weten hoe docenten omgaan met toenemende maatschappelijke spanningen in de klas. ‘Alleen al het afgelopen jaar zijn we overspoeld door kwesties waar niemand echt raad mee weet,’ zegt ze. ‘Voor docenten is het nog lastiger: zij zitten in de voorlinie, zij moeten jongeren klaarstomen voor de toekomst. Hoe doen zij dat?’

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker benadrukte vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer dat het onderwijs een grote rol kan spelen bij het voorkomen van radicalisering. Op school vormen jongeren immers hun identiteit. Maar zijn docenten wel voldoende toegerust om maatschappelijke kwesties te bespreken? Om antwoord te vinden op die vraag liep Kleijwegt een halfjaar rond op scholen in Amsterdam, Den Haag, Hengelo, Rotterdam en Almere. Ze sprak met docenten, directeuren en studenten, en woonde lessen bij over burgerschap en individuele vorming. Haar rapport Twee werelden, twee werkelijkheden geeft een ontluisterend kijkje in de realiteit waar docenten in het vmbo, mbo en hbo dagelijks mee te maken hebben.

Ze schrijft over een student die in de klas begon te roepen dat de strijd van IS ook in Nederland moet worden gevoerd. Over goed geïntegreerde meisjes die tijdens een discussie opeens heel fel werden en zeiden dat ‘die mensen van Charlie Hebdo er zelf om hadden gevraagd’. Over twee leerlingen die na het bekijken van 9/11 hun eigen versie wilden laten zien: een YouTube-filmpje waarin werd gezegd dat het vliegtuig onbemand was en de aanslag een verzinsel van de Amerikanen. Over een mbo-studente met een Marokkaanse achtergrond die opstond, deed of ze een wapen vasthield, om zich heen begon te schieten en op luide toon riep: ‘Als ik een kalasjnikov had, schoot ik alle joden dood’.

Het thema radicalisering speelt op veel scholen, concludeert Kleijwegt. Maar er wordt overal verschillend mee omgegaan. ‘Als zich iets voordoet, doet de ene opleiding het af als incident, terwijl de andere er serieus werk van maakt. Ook protocollen – als die er al zijn – zien er overal anders uit.’ Soms, bijvoorbeeld op de HvA, hebben docenten een meldplicht als ze vermoeden dat jongeren radicaliseren. Toch voelen docenten daar weinig voor. Kleijwegt: ‘Ze hebben niet altijd zin om de politieagent uit te hangen. Die rol past ze niet, vinden de meesten. Bovendien kan het de relatie met de leerling verstoren.’

Ook de definitie speelt mee. Wanneer gedraagt iemand zich gewoon een beetje vreemd en wanneer is er sprake van radicalisering? Moet je de Nederlandse Ruud, die zich na de dood van zijn vader verdiept in de Koran, ‘Allah Akbar’ uit het raam begint te roepen en zijn moeder sommeert een hoofddoek te dragen, aangeven bij de politie? Of is hij in de war en heeft hij psychische hulp nodig? Met die vraag worstelde een docent van een vmbo-school in Almere. Hij zocht contact met de politie omdat hij wilde praten met een deskundige, maar men kon hem niet verder helpen.

Rancune
Dat de voortekenen van radicalisering niet altijd opvallend aanwezig zijn, blijkt uit het verhaal van Mohamed, een goede leerling van een vmbo/havo in Den Haag. Mohamed is een vrome moslim en draagt een sikje. Hij is vriendelijk en beleefd en doet altijd goed mee in de klas, maar wordt tot verbazing van zijn docenten vlak na zijn eindexamen gearresteerd omdat hij ervan wordt verdacht jonge mannen te hebben geronseld voor de strijd in Syrië. De rechtbank veroordeelt Mohamed tot drie jaar, waarvan één voorwaardelijk. Bij de docenten kan het er niet in dat deze jongen tot zoiets in staat was. Welke symptomen hadden hen daarop moeten wijzen?

‘De complexiteit van deze materie vraagt om specialisten en die zijn niet altijd voorhanden,’ zegt Kleijwegt. Sommige instellingen hebben een eigen expert in huis, zoals de Hogeschool Rotterdam. Manager integrale veiligheid Paul Goossens spreekt liever over ‘zorgwekkend gedrag’ dan ‘radicalisering’, want dat is makkelijker te herkennen. Hij gebruikt zijn opgedane kennis als oud-politieman om samen met docenten oplossingen te vinden voor studenten die de weg zijn kwijtgeraakt. En dat gebeurt steeds vaker. Goossens ziet veel studenten met psychische problemen en schulden. Soms voelen ze rancune tegen de school, bijvoorbeeld omdat ze een onvoldoende hebben gekregen. Dan kunnen ze plotseling tekeergaan en de boel ontregelen.

Goossens pleit ervoor dat docenten en directies beter worden toegerust om met radicale meningen en onverwachte situaties om te gaan. Nu is het vaak zo dat docenten zich geen raad weten en daarom maar niets doen. ‘Het belangrijkste is dat docenten zich gesteund voelen in het aangaan van moeilijke gesprekken,’ beaamt Kleijwegt. ‘Ze moeten meteen iemand kunnen bellen en weten waar ze om raad kunnen vragen.’ 

Het midden ontbreekt
Er zijn te weinig banen, de zorg gaat achteruit, en alles wordt duurder. Ons mooie Nederland gaat verloren. We worden overspoeld door buitenlanders. Straks halen ze ons in en zijn wij in de minderheid. Vluchtelingen wordt sneller een huis toegewezen. Bovendien krijgen ze gratis een elektrische fiets.

Radicalisering speelt niet alleen onder leerlingen die zich bezighouden met het geloof. Tegenover de jongeren met een niet-westerse achtergrond staan de autochtone studenten, die zich angstig afvragen hoe dat allemaal moet als ze straks ‘buitenlander zijn in eigen land’. Het is een tweedeling die je ook ziet terugkomen in de maatschappij, zegt Kleijwegt, met één belangrijk verschil: het grote ‘midden’ ontbreekt. ‘Jongeren zijn nog niet zo uitgekristalliseerd, ze nemen liefst een boude stelling in. Het is zwart óf wit.’

Docenten maken zich zorgen over een toenemend PVV-geluid. ‘Als we rond Prinsjesdag schaduwverkiezingen houden, stemt zestig procent van de studenten op de PVV,’ zegt een van hen. Hoewel de meesten zich niet interesseren voor politiek, is Geert Wilders (of: ‘Die met die witte haren’) een graag geziene politicus. Veel studenten beschouwen hem als een soort beschermheer. Toen een docent een aflevering van Ali B en de 40 wensen liet zien hadden de leerlingen enorm veel waardering voor de ouderen die Ali B hielp. Maar voor de asielzoekers die hij bijstond, hadden ze geen goed woord over. Die werden met ‘hardheid en cynisme’ bespot.

Het probleem, volgens docenten, is dat studenten onvoldoende differentiëren en nuanceren. Ze gooien alles op één hoop en vinden het moeilijk om zich in te leven in een ander. Dat blijkt bijvoorbeeld uit dit citaat van een docente op een mbo-school in Leiden: ‘Als studenten vluchtelingen met van die grote boodschappentassen zien sjouwen op tv of op een foto, roepen ze meteen dat het eten van de voedselbank is dat ze net hebben gehaald. Het komt niet bij ze op om te bedenken dat dit alle bezittingen zijn van zo’n familie.’

De twee groepen staan lijnrecht tegenover elkaar, met als enige overeenkomst een diepgewortelde angst voor de toekomst. Allochtone studenten omdat ze het gevoel hebben er niet bij te horen en ervan uitgaan dat ze toch nergens worden aangenomen, autochtone studenten omdat ze bang zijn ‘overspoeld’ te worden door buitenlanders die ‘alle banen inpikken’. Kleijwegt sprak studenten die ervan overtuigd waren dat vluchtelingen in alles werden voorgetrokken. Ze wisten zeker dat vluchtelingen een gratis zorgopleiding mogen volgen van de overheid en dat werkgevers die vluchtelingen in dienst nemen geen belasting hoeven te betalen. ‘Dat hadden ze ergens gehoord, of op Facebook gelezen.’

Kalasjnikovs
Complottheorieën zijn er dus aan beide kanten. En beide partijen houden hardnekkig vast aan hun eigen waarheid, die ook nog vaak wordt gedeeld door familie en vrienden. Hoe doorbreek je die impasse? ‘Sommige docenten kunnen het van nature, die hebben nauwelijks begeleiding nodig,’ zegt Kleijwegt. Zoals de docent van een vmbo-school. ‘Juf, we zien de vormen van uw lichaam!’ zei een leerling eens verontwaardigd. ‘Daar zit ik vijf keer per week voor op de sportschool’, antwoordde de docente onverstoorbaar. ‘Denk je nu heus dat ik die strakke buik na jouw opmerking ga verbergen?’ De docent vond het belangrijk niet mee te gaan in de gedachtegang van de leerlingen, vertelt Kleijwegt. ‘”Wij moeten onszelf blijven,” had ze gezegd. Dat lukte haar, want ze had goed contact met de leerlingen. Maar het merendeel van de docenten worstelt, en dat begrijp ik zo goed. Wat moet je doen als iemand met een denkbeeldige kalasjnikov in het rond begint te schieten? Ik zou me ook geen raad weten.’

Toch moeten docenten ‘het moeilijke gesprek’ met hun leerlingen aangaan, luidt de belangrijkste aanbeveling na haar rondgang. En belangrijker: de school moet ze daarin steunen. Volgens Kleijwegt helpt het als een onderwijsinstelling een visie op papier heeft staan. De Haagse Hogeschool stelde een protocol op nadat enkele leerlingen naar Syrië waren vertrokken. ‘Docenten proberen daar de studenten nu weerbaarder te maken door met ze te praten en ze te stimuleren hun mening met feiten en argumenten te onderbouwen.’

RadicaliseringDit stuk verscheen op 3 februari in Folia. Bekijk hier het artikel in PDF

Geef een reactie