Sehgal’s kunst moet, boven alles, immaterieel zijn

Voor het eerst poogt een museum een overzichtstentoonstelling te maken van het werk van de beroemde performancekunstenaar Tino Sehgal. Wat gaan we een jaar lang in het Stedelijk Museum zien?

Het is muisstil. Laveloos, als daklozen die hun roes uitslapen, liggen ongeveer twintig dansers verspreid door het auditorium van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Op het eerste gezicht lijkt er in hun lichamen geen beweging te zitten. Maar wie langer kijkt, ziet iets ontstaan. Een arm die langzaam omhoog komt en weer neervalt. Schuifelende broekspijpen over de rubberen vloer. En uiteindelijk: een lichaam dat moeizaam over de vloer kruipt.

Ze kronkelen, deze dansers. Heel langzaam. Geconcentreerd, met hun blik starend in het oneindige niets, richten ze zich soms omhoog, om daarna weer loom ineen te zakken. Als dieren die ontwaken uit hun winterslaap maar nooit echt wakker worden. Ze behoren tot de in totaal honderd personen die auditie doen voor het werk van Tino Sehgal.

‘Okay, and go’, roept de 38-jarige kunstenaar als de volgende groep aan de beurt is. Sehgal kijkt vanaf de zijkant toe, zijn armen over elkaar gevouwen, een aantekeningenboekje ertussen geklemd. Ondanks zijn vriendelijke voorkomen (slobbertrui, lange jas, gympjes) turen zijn ogen streng door zijn grote ronde bril. Hoogstpersoonlijk scout hij vandaag de beste dansers voor zijn werk Instead of Allowing Some Thing to Rise Up to Your Face Dancing Bruce and Dan and Other Things (2000), waarin een menselijke figuur houdingen aanneemt die verwijzen naar vroege videowerken van Bruce Nauman en Dan Graham, twee conceptuele kunstenaars die naam maakten in het Amerika van de jaren zestig.

Het is de eerste van twaalf kunstwerken die vanaf januari te zien zullen zijn. In 2015 toont het Stedelijk elke maand een andere uitvoering van Sehgal, steeds in een andere zaal. Het museum waagt zich daarmee aan de eerste overzichtstentoonstelling van de Brits-Duitse kunstenaar, die bekendheid kreeg door zijn vreemdsoortige, soms controversiële performances of ‘geconstrueerde situaties’, zoals hij ze zelf liever noemt. Wat dat zijn? Tino Sehgal (1976) exposeert geen objecten, maar ervaringswerken. Zijn oeuvre bestaat uit optredens van mannen, vrouwen en soms kinderen die het publiek zingend, dansend en vragend bij het kunstwerk betrekken. Interactieve opvoeringen waarmee hij bij het publiek allerlei maatschappelijke, niet-kunstzinnige onderwerpen en thema’s ter discussie wil stellen. Morele vraagstukken over euthanasie, de overdreven hang naar een glanzende carrière, het belang van geld, de markteconomie.

Danser
Begonnen als danser maakte hij na de eeuwwisseling de overstap naar de beeldende kunst, en werden zijn werken steeds interactiever. In This is Exchange (2002) vraagt een ‘museumsuppoost’ (vaak een acteur) de bezoeker in ruil voor geld een uitspraak te doen over de markteconomie. Internationale faam verwierf hij op de Biënnale in Venetië in 2005, waar een vijftal suppoosten om de bezoekers heen dansten en ‘Oh, this is so contemporary’ zongen. Het publiek reageerde wisselend, van onverschillig tot voluit meezingend. ‘De kern van mijn werk bestaat uit de reactie erop van anderen’, zei hij hierover in 2009 tijdens een van zijn zeldzame interviews. ‘Die dialoog is naar mijn idee inherent aan de kunst.’

De afgelopen jaren was zijn werk onder meer te zien in het Guggenheim Museum New York, de Documenta in Kassel en Tate Modern in Londen. Die laatste instelling zette hem vorig jaar op de shortlist van de Turner Prize, een belangrijke kunstprijs in Engeland. Ook ontving Sehgal in Venetië de Gouden Leeuw, een prijs voor beste kunstenaar van de Biënnale.

‘Ik ben heel blij dat we dit kunnen doen’, fluistert Beatrix Ruf, terwijl de laatste groep dansers in stilte plaatsneemt op de vloer. Voor de pas aangetreden directeur past de overzichtstentoonstelling goed in de weg die ze met het Stedelijk in wil slaan. ‘Deze expositie biedt bezoekers de mogelijkheid elke maand terug te komen en telkens iets anders te zien. Het herdefinieert het museumbezoek, dat volgens mij veel meer moet zijn dan een eenmalige bezichtiging van kunst. Elk kunstwerk kent namelijk talloze verschillende interpretaties. Maar dat zie je pas als je er steeds opnieuw naar kijkt.’

Stiekem
Het Stedelijk is voor Sehgal geen onbekend terrein. Tien jaar geleden exposeerde hij er al, nadat conservator Martijn van Nieuwenhuyzen hem uitnodigde het werk Twenty Minutes for the Twentieth Century te presenteren: een naakte uitvoering die verwijst naar verschillende dansstijlen uit de 20ste eeuw. Aan het einde van deze voorstelling deed Sehgal een plasje op het toneel, als hommage aan Bruce Naumans Self Portrait as Fountain uit 1966. ‘Het publiek was er stil van’, memoreert Van Nieuwenhuyzen – tevens bij de audities aanwezig. ‘Niemand wist goed wat hij met deze, toen nog relatief onbekende, kunstenaar aan moest. Hij deed dingen die niemand anders deed.’

In 2005 kocht het museum Instead of Allowing aan – een transactie die van Sehgal altijd mondeling moet gebeuren, met een notaris als wettelijke getuige. Sowieso mag niets van zijn werk worden gedocumenteerd. Foto’s en films zijn verboden; de beelden die op internet circuleren zijn stiekem gemaakt. Voor Sehgal telt maar één ding, en dat is de beleving van de bezoeker op het moment dat die met het kunstwerk wordt geconfronteerd. ‘Zijn kunst bestaat enkel in de herinnering van het publiek’, schreef The New York Times eerder al. Tastbare voorwerpen zijn er volgens Sehgal al genoeg op deze wereld. Daarom moet zijn kunst, boven alles, immaterieel zijn.

Voorwaarden
Wie zijn werk tentoonstelt, moet dan ook een aantal voorwaarden uit het hoofd leren. Zo wil Sehgal dat zijn uitvoeringen minimaal zes weken in het museum worden getoond. Elke dag, van opening tot sluit, net als elk ander schilderij of beeld. Er mogen geen verklarende teksten bij hangen, en het werk mag niet worden aangekondigd. Wie op 1 januari dus op zoek gaat naar een bordje met ‘Tino Sehgal, this way’ erop, kan lang zoeken. Maar we helpen u graag: u moet in de zalen zijn waar u Sehgals experimentele werk het minst verwacht. Daar waar de kerncollectie van het Stedelijk hangt, en ‘de confrontatie’ volgens de conservator het grootst is.

Werken met deze eigenzinnige kunstenaar stelt wel ‘allerlei uitdagingen aan een instituut’, zegt Van Nieuwenhuyzen. ‘We kunnen zijn werk niet promoten zoals we bij andere kunstenaars doen.’ Een eis van Sehgal is dat de salarissen van zijn dansers zijn geïndexeerd, wat betekent dat ze meer betaald moeten krijgen dan voorheen. Het Stedelijk investeert dan ook ‘behoorlijk’ in deze tentoonstelling. Gedurende het jaar worden steeds meer dansers en figuranten ingeschakeld. Hoeveel het project in totaal gaat kosten wil Van Nieuwenhuyzen niet zeggen. ‘Maar het is geen klein bedrag.’

Het museum heeft alternatieve fondsen aangeschreven om het budget rond te krijgen. Vanaf januari neemt de tentoonstelling maandelijks qua omvang toe, met als hoogtepunt This Variation in juni, een werk waarin ongeveer achttien figuranten in een donkere ruimte een vocale compositie vertolken. Welke werken er nog meer worden getoond maakt het museum, geheel naar de wensen van Sehgal, niet bekend. ‘Het moet zo onbemiddeld mogelijk blijven’, aldus Van Nieuwenhuyzen.

‘Precair proces’
Af en toe loopt Sehgal langs de kruipende dansers, blijft even staan, en loopt dan weer terug om te overleggen met zijn assistente Louise Höjer. Zij schudt nee. ‘Het is een precair proces’, legt de choreografe later uit. Ze werkt al tien jaar samen met Sehgal. ‘De dansers moeten vloeiend kunnen bewegen tot ze een sculpturale vorm aannemen. Dat kan niet iedereen.’

Uiteindelijk kiest de kunstenaar zeven dansers uit. Zij zullen in januari elke dag in shifts van 2,5 uur Instead of Allowing uitvoeren. Jaakko Toivonen (41), afgestudeerd in moderne dans, vindt het een ‘enorme uitdaging’, vertelt hij de volgende dag bij de repetities. ‘Bij een normaal dansoptreden is scheiding tussen publiek en toneel duidelijk. Nu komen de bezoekers heel dichtbij. In het werk van Tino Sehgal participeer je niet in een kunstwerk, je bént het kunstwerk. Dat is spannend.’

Dit artikel verscheen op 31 januari 2014 in de Volkskrant.

Geef een reactie