Uitstelbaby is een koud kunstje

Vrouwen die misschien ooit een kind willen maar nog niet meteen, kunnen hun eicellen laten invriezen. Aantrekkelijk voor carrièretijgers en single vrouwen, en zelfbeschikking vinden we allemaal een groot goed. Maar de slaagkans is niet bijster hoog én de commercie ligt op de loer, waarschuwt onderzoeker Lucy van de Wiel: ‘In Engeland wordt het invriezen van eicellen al aangeraden als ideaal afstudeercadeau.’ 

De 35-jarige Marieke Schellart leidt ‘best een leuk leven’, vindt ze zelf. Ze werkt als filmmaker in Amsterdam, houdt van terrasjes en wijntjes en vaart graag op de grachten. Maar af en toe wordt ze ‘overvallen door een zielige bui’. Dan voelt ze zich alleen. Want: ‘Iedereen krijgt kinderen om me heen, en ik heb niet eens een relatie. Al vijf jaar niet.’ In de documentaire Ei voor later gaat ze op zoek naar manier om haar biologische klok nog iets langer te laten tikken. Ze besluit haar eicellen te laten invriezen om ze later, als ze wél die leuke man heeft gevonden, te gebruiken. 

Dit was in 2010, een jaar nadat het Academisch Medisch Centrum (AMC) aankondigde het toenemende aantal alleen- staande vrouwen boven de dertig de mogelijkheid te willen bieden hun eicellen in te vriezen, om de kans op het krijgen van kinderen op latere leeftijd te verhogen. Voorheen kon dat alleen bij een medische indicatie, bijvoorbeeld bij vrouwen met kanker die een chemokuur moesten ondergaan. In Nederland woedt een verhit politiek debat. Het CDA noemt het invriezen van eicellen ‘volstrekt onnatuurlijk’ en vindt het een vorm van ‘wensgeneeskunde’. Ook coalitiepartijen PvdA en Christen- Unie zijn tegen: het AMC krijgt geen toestemming.

Lucy van de Wiel, cultuuranalist aan de UvA met speciale interesse in gender, leeftijd en voortplanting, volgde de discus- sie destijds op de voet. Ze verbaasde zich over de conservatieve houding die niet alleen de politiek, maar ook een groot deel van de Nederlanders bleek aan te hangen. ‘Veel mensen von- den dat vrouwen alleen in hun vruchtbare periode kinderen hoorden te krijgen. Ik vond dat betuttelend. Er gebeurt al zo veel onnatuurlijks, kijk naar ivf-behandelingen en spermado- noren. Waarom zouden vrouwen dan niet zelf mogen bepalen of ze hun eicellen invriezen?’

Als het AMC twee jaar later wél groen licht krijgt om eicellen in te vriezen, besluit Van de Wiel verder onderzoek te doen naar het onderwerp. In haar proefschrift Freezing fertility: Oocyte Cryop- reservation and the Gender Politics of Ageing beschrijft ze hoe deze maatschappelijke kwestie zich de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld en, beïnvloed door media-aandacht en ethische discussies, hedendaagse denkbeelden over gender en leeftijd blootlegt.

Mr. Right
Marieke raakt bij haar zoektocht verwikkeld in een discussie met haar vader. Hij vindt dat ze met het invriezen van haar eicellen het probleem verschuift: ‘Zoek toch gewoon een leuke partner,’ zegt hij. ‘Steek dáár je effort in.’ Er zijn genoeg leuke mannen voor Marieke, zegt ze, alleen niet die ene. Maar volgens pa heeft ze zich de afgelo- pen jaren te veel op haar carrière gestort en keek ze niet goed genoeg om zich heen.

Marieke houdt vol. Haar argumentatie: in de medische weten- schap worden allerlei technologieën bedacht om levens te verlengen. Maar hoewel we allemaal steeds ouder worden, blijft de vruchtbaar- heid hangen op dezelfde leeftijd. ‘Voor mij voelt het juist onnatuurlijk om voor de rest van mijn leven kinderloos te blijven,’ zegt ze. ‘Als nieuwe technieken mij bij de voortplanting kunnen helpen, vind ik dat alleen maar fijn.’ En: ‘Ik vind het belangrijker dat ik een goede relatie met iemand heb, en dat wij ons kind een steady basis kunnen bieden. Als ik dat toevallig pas heb als ik 42 ben, dan so be it.’ Waar- om zou ze niet mogen wachten op Mister Right? 

Oud worden is falen
Volgens Van de Wiel, die de documentaire bij haar onderzoek betrok, past de visie van Marieke binnen een hedendaagse ‘anti-aging’-cultuur, waarin veroudering wordt gezien als een probleem dat je kan tegengaan. Botox, antirimpelcrème: grote industieën hebben belang bij het idee dat je ‘jonger’ kan blijven en stemmen daar de verkoop van hun producten op af. ‘Het invriezen van haar eicellen ziet Marieke als een verlenging van haar vruchtbare periode,’ merkt Van de Wiel op. ‘Dat zegt iets over hoe we aankijken tegen ouder worden. Leeftijd, in dit geval reproductieve leeftijd, wordt steeds meer gezien als een variabele waar je invloed op kunt uitoefenen, in plaats van een vast gegeven.’

In haar analytische proefschrift, dat eerder beschrijvend dan verklarend van aard is, laat Van de Wiel zien dat het debat over eicellen de afgelopen jaren naar twee kanten is doorgeschoten. Tegenover de conservatieve CDA-opvatting, die ervoor pleit het invriezen te verbieden, staan instanties die vrouwen juist aansporen hun eicellen veilig te stellen. In de media gebeurt dat met een frame van angst voor toekomstige onvruchtbaarheid, gekenmerkt door beelden van een tikkende klok en vruchtbaarheidsstatistieken met een almaar dalende lijn. ‘Op die manier ontstaat een beeld van ouder worden als een vorm van falen en onvruchtbaarheid als een risico, waar je op steeds jongere leeftijd op kunt anticiperen. Zo stellen sommige Engelse dokters het invriezen van eicellen voor als het ideale afstudeercadeau.’

Amerikaanse vruchtbaarheidsklinieken presenteren het invriezen van eicellen ook als een vorm van empowerment. ‘Ze richten zich op hoogopgeleide vrouwen met goede carrières en wekken de indruk dat bij een succesvol leven ook hoort dat je zelf in de hand hebt tot wanneer je kinderen kan krijgen.’ Extend Fertility, een bedrijf dat vrouwen aan de juiste kliniek koppelt, probeert bezoekers van de website bijvoorbeeld over de streep te trekken met kreten als ‘Set your own biologica clock’ en verhalen van succesvolle dertigers die hen al voor zijn gegaan. Zo zegt de 36-jarige Megan uit Seattle: ‘It gave me the power to have more choices in the future.’ Extend Fertitlity heeft ook een jongerentak, LaterBaby, een netwerk van ‘unieke vrou- wen’ dat twintigers via zijn website informeert over afnemende vruchtbaarheid en vertelt over de mogelijkheden om eicellen in te laten vriezen. Voor elke vrouw die daarvoor kiest, verdient Extend Fertility geld.

Vruchtbaarheidsbeurs
Anders dan bij ivf, dat is bedoeld voor personen die onvruchtbaar zijn, zijn bij het invriezen van eicellen veel meer vrouwen een potentiële afnemer, legt Van de Wiel uit. ‘Je hoeft geen indicatie te hebben dat je onvruchtbaar bent, je hoeft zelfs nog geen kinderwens te hebben. Dat maakt de doelgroep groot, en daarom heel interessant voor bedrijven.’

Toch kun je je afvragen of het wenselijk is als commerciële partijen bij het invriezen van eicellen de overhand krijgen, zegt Van de Wiel. ‘De marketing van deze technologieën kan leiden tot overbehandeling. Bovendien wordt er een te rooskleurig beeld voorgespiegeld van de, vooralsnog, beperkte slagingspercentages.’

Vooral in Engeland en Amerika ziet Van de Wiel al verschillende commerciële initiatieven ontstaan. Daar vinden fertility fairs plaats – vergelijkbaar met de huishoudbeurs hier – waar vrouwen zich kunnen laten informeren over vruchtbaarheidsbehandelingen. Het bedrijf Egg Banxx (slogan: ‘Smart women freeze’) trekt het invriezen van eicellen helemaal uit de medische sfeer met zogenoemde egg freezing parties, waar vrouwen met een cocktail of een borrelnootje in de hand kunnen luisteren naar dokters en naar ervaringen van anderen.

De paradox is dat dit soort ontwikkelingen worden gepresenteerd als empowerment, terwijl ze juist ten koste kunnen gaan van het welzijn van vrouwen, zegt Van de Wiel. ‘De suggestie dat je controle kunt uitoefenen op de biologische klok creëert ook nieuwe normen waarin onvruchtbaarheid het gevolg is van individuele keuzes om wel of niet je eicellen in te vriezen. Maar deze “keuze” is gezien de kosten – tussen de 15.000 en 30.000 dollar in Amerika – niet voor iedereen weggelegd. Los daarvan vraagt deze vorm van reproductieve zelfbeschikking een behoorlijke lichamelijke belasting van een intensieve hormoonbehandeling en eicelpunctie, terwijl het helemaal niet gezegd is dat invriezen een succesvol resultaat oplevert: de slagingspercentages zijn nog niet bekend, en eventuele gevolgen bij kinderen moeten ook nog onderzocht worden.’

Onvoldoende voorzieningen
In 2011 besluit de Nederlandse politiek dat dertien vruchtbaarheidsklinieken voortaan aan elke vrouw tot 45 jaar de mogelijkheid mogen bieden eicellen in te vriezen. Te laat voor Marieke: zij wijkt uit naar België, waar de keus voor een ‘uitstelbaby’ al langer mogelijk is. Aan het eind van Ei voor later zegt ze, nadat ze de operatie heeft ondergaan en de eitjes weggevoerd ziet worden: ‘Het gekke is dat ik na al die moeite hoop dat ik ze nooit nodig zal hebben. Maar het geeft me wel een geruststellend gevoel dat ze hier nu zijn.’ 

Van de Wiel: ‘Mariekes sentiment sluit aan bij onderzoek naar ivf-ervaringen, waarin mensen het prettig vinden dat ze in ieder geval alles geprobeerd hebben, ook als er geen kinderen komen. Het past ook binnen een ontwikkeling waarin er steeds meer medische mogelijkheden ontstaan om te anticiperen op toekomstige gezondheidsrisico’s, bijvoorbeeld door genetische scans of het invriezen van stamcellen uit navelstrengbloed. Dat anticiperen op de toekomst geeft mensen het idee dat zij individueel verantwoordelijk zijn voor wat er later gebeurt. Maar zowel de ideeën over het toekomstige lichaam als de medische keuzes om hierop te anticiperen ontstaan uit een sociaal-culturele context.’

Apple en Facebook kondigden vorig jaar aan dat vrouwelijke werknemers voortaan op kosten van de zaak hun eicellen konden laten invriezen. Het risico daarvan is dat werkgevers directe invloed krijgen op de voortplantingskeuzes van werknemers, denkt Van de Wiel. ‘Eicellen invriezen kan meer zelfbeschikking bieden, maar niet als het gebruikt wordt in reactie op een inflexibele bedrijfscultuur of onvoldoende ouderschapsvoorzieningen. We zouden beter kunnen kijken hoe we een carrièrepad kunnen verzorgen waarin voortplanting ook een rol speelt.’

Het krijgen van kinderen wordt vaak voorgesteld als het probleem van de vrouw, terwijl de man evengoed betrokken is. Volgens Van de Wiel komt dat doordat in de meeste heteroseksuele gezinnen nog steeds een traditioneel rollenpatroon bestaat. ‘In Nederland werkt in maar 2 of 3 procent van de koppels met kinderen de vrouw meer dan de man. Door het dominante culturele idee dat vrouwen meer verantwoordelijkheid voor voortplanting en zorg hebben lijkt het vaak alsof de combinatie van carrière en gezin alleen vrouwen betreft. Maar beide partners zouden de ruimte moeten krijgen om de verantwoordelijkheid te nemen voor de kinderen die geboren worden.’

Ze verwijst naar Scandinavische landen, waar vaders en moeders ouderschapsverlof onderling kunnen verdelen. ‘Dat soort maatregelen zouden we hier ook kunnen doorvoeren.’ Hoewel de commercialisering in Nederland nog beperkt is – vruchtbaarheidsklinieken hebben hier geen winstoogmerk, maar zijn gekoppeld aan een ziekenhuis – is het volgens Van de Wiel zinvol om kritisch te bekijken met welke invalshoek het debat hier wordt gevoerd. ‘Het aantal vrouwen dat kiest voor eicellen invriezen is relatief klein in Nederland. Maar er is een grote groep die het overweegt. Het publieke debat spreekt dus wel veel mensen aan.’

Zelf denkt ze na vier jaar onderzoek iets genuanceerder over de kwestie. ‘Ik ben nog steeds tegen het wegnemen van autonomie en zelfbeschikking. Maar ik vind ook niet dat het invriezen van eicellen vercommercialiseerd dient te worden.’ Van de Wiel pleit voor een tussenweg: vrouwen zelf laten bepalen of ze hun eicellen invriezen om de kinderwens uit te stellen, maar tegelijkertijd ook positieve verhalen vertellen over voortplanting en veroudering, en alles wat daarbij hoort.

‘In het debat rondom eicellen invriezen is er veel impliciete kritiek op vrouwen: ze zijn te kritisch in hun partnerkeuze, of juist zielig en single. Het zijn carièrretijgers, of ze zijn juist te onbezorgd en onvolwassen. Ze zijn te snel oud en onvruchtbaar en te lang jong en kinderloos.’ Hoewel het invriezen van eitjes als iets vooruitstrevends wordt gebracht, duidt het vaak op een ouderwets idee, zegt Van de Wiel. ‘Je moet de perfecte partner hebben om genetisch-gerelateerde kinderen mee te krijgen. Je hoort weinig verhalen over alternatieve gezinnen, of mensen die geen kinderen hebben en toch gelukkig zijn. Terwijl beide keuzes – wel of geen kind – prima zijn.’

Artikel eicellen kopieLucy van de Wiel promoveerde in november aan de UvA. Zij zet de komende drie jaar haar onderzoek voort binnen de onderzoeksgroep Reproductive Sociology van de University of Cambridge. Haar publicaties zijn te vinden op freezingfertility.com.

Dit stuk verscheen op 2 december 2015 in Folia. Bekijk hier het artikel in PDF.

Geef een reactie