Van Absurdistan

Wat programmamaker, schrijver en presentator Ronald Snijders ook doet, absurd wordt het altijd. Vanavond is hij finalist in de tv-quiz De slimste mens. Waardoor drijft het absurdisme bij hem altijd weer naar boven? 

‘Ik vind het wel een ambitieus plan hoor’, zegt Ronald Snijders als hij hoort wat de bedoeling is van het interview. ‘Ik kan wel wat over absurdistische humor vertellen, maar voorbeelden van goede absurdistische grappen? Dat vind ik moeilijk.’

Over absurdisme denk je niet na, absurdisme is er gewoon. Ronald Snijders (38) wil het maar even zeggen. Hij is programmamaker, schrijver en presentator. ‘Bij alles wat ik doe, komt absurdisme telkens weer bovendrijven. Dat gaat min of meer vanzelf. Als ik een radioprogramma maak, probeer ik iets te doen wat het radio luisteren vervreemdt. Bij een televisieprogramma wil ik iets maken wat normaal gesproken niet te zien is.’

Het vervreemdende aspect was ook de leidraad voor de tentoonstelling Boijmans in Staat van Verwarring in Museum Boijmans van Beuningen vorig jaar. Snijders speelde met de zintuiglijke ervaring van het museumbezoek. ‘Op het toilet ging de expositie gewoon door. Hing er een bordje naast de spiegel: U/jij. Gemaakt tussen 1900 en 2000. Vlees, bloed, botten. Dat soort dingen.’

Wanneer ontdekte je het absurdisme?
‘Toen ik 13 was kochten mijn ouders een typemachine. Zo’n ouderwetse met een typemachinelint. Daar ging ik verhalen op tikken. Tik tik tik. Ik heb een gelukkige jeugd gehad, er was eigenlijk niet zoveel op aan te merken. School was een beetje saai, Amersfoort was een beetje saai. De verveling die op de loer lag, kon ik te lijf gaan met fantasie.’

Je had ook sprookjes kunnen schrijven. Waarom koos je voor absurdistische humor?
‘Ik liet me inspireren door de Britse humor van Monty Python. Briljante gasten en volstrekt intelligent. Graham Chapman was bijvoorbeeld afgestudeerd in de medicijnen. Hij had dokter kunnen worden, maar koos voor krankzinnige humor. Een combinatie tussen die twee onderstreept toch wel het succes van die groep.

‘Monty Python creëerde een wereld waarin het onmogelijke mogelijk was. Ze hadden bijvoorbeeld de sketch Ministry of Silly Walks. Nou, als er twee dingen zijn zonder onderling verband, zijn het wel een ministerie en rare loopjes. Misschien ligt daar wel de essentie van het absurdisme: je laat twee niet met elkaar te verenigen concepten met elkaar botsen.’

Speciaal voor het interview heeft Snijders er een paar bedacht: grappen van zichzelf die hij geslaagd vindt. Of tenminste, dat heeft hij geprobeerd. ‘In mijn voorleesperformance Verkeerde Benen zat een stukje waar altijd erg om gelachen werd. Ik dacht: misschien is dat dan wel een goed voorbeeld. Maar toen ik erover ging nadenken, begreep ik hem zelf niet.’

Wat was het voor grap?
‘De monoloog ging zo: ‘Ik werd even heel erg met mezelf geconfronteerd. Ja, je komt jezelf gewoon keihard tegen op zo’n moment. En ik weet niet of u wel eens uzelf bent tegengekomen, maar dat zal ongetwijfeld iemand anders zijn geweest.’


‘Dat was de grap.’

Ik snap hem niet.
‘Ik dus ook niet. Maar er werd altijd om gelachen. Toen dacht ik: klopt die grap eigenlijk wel? Wat is er grappig aan? Ook als ik na mijn show mensen vraag waar ze nou eigenlijk om moeten lachen, blijkt dat iedereen de grappen op een andere manier interpreteert. Dat is altijd zo met humor: het is vrij arbitrair. Wat ik leuk vind, kan iemand anders helemaal niet leuk vinden. En zodra je erover gaat nadenken, is het niet meer grappig.’

Toch is er één tekst waar het absurdisme volgens Snijders op terug te voeren is. Die staat in een boek dat hij in 2006 samen met Fedor van Eldijk schreef. Een Normaal boek is een verza- meling lijstjes, fictieve dialogen en verzonnen krantenberichten. Het stuk heet ‘Wat er veranderen moet, wil een auto een sinaasappel zijn’:

1. Blik verwijderen
2. Ruitenwisser verwijderen
3. Achteruitkijkspiegel verwijderen
4. Er moet sinaasappelsap in zitten
5. Mensen moeten er niet in gaan rijden
6. Er moet een schil omheen zitten
7. Lampen verwijderen
8. Stoelen: een sinaasappel heeft geen stoelen (zeker geen vier)
9 Handschoenenkastje leegruimen, liever nog verwijderen
10. Reserveband weghalen, een sinaasappel heeft geen reserveband nodig
11. De auto moet klein en rond zijn, ter grootte van een sinaasappel
12. Geen benzine in gooien, dit bederft de smaak
13. Kan in netje, hoeft niet
14. Auto moet niet duurder zijn dan € 2,99 per kilo

Snijders: ‘Ik weet nog dat we blij waren toen we dit hadden geschreven. Vervolgens gingen we verder: wat moet er veranderen wil een hond een lantaarnpaal zijn? En je geeft mensen thuis ook handvatten, want jij kunt het nu zelf ook. Wat moet er veranderen wil een kaas een radio zijn? Probeer maar.’

Waarom zou ik nadenken over twee concepten waarvan ik al weet dat ze onverenigbaar zijn?
‘Je hebt gelijk, het is volstrekt onnodig. Maar dat is wel wat het grappig maakt. En ergens is absurdisme natuurlijk heel kinderachtig. Vrienden van mij hebben een kindje van 4. Die wees laatst naar me en zei: ‘Jij bent een deur. Nee, jij bent een plafond. Nee, jij bent een raam.’ Hilarisch vond hij het. Maar eigenlijk is dat wat wij ook doen: mensen zich het onmogelijke laten voorstellen. En de kortsluiting die dan ontstaat, is denk ik de kern van het absurdisme.’

 

‘Wat ik leuk vind, kan iemand anders helemaal niet leuk vinden. En zodra je erover gaat nadenken, is het niet meer grappig.’

 

Vanavond staat Ronald Snijders in de finale van De slimste mens. Zeven afle- veringen lang sloeg hij zich door alle rondes van de kennisquiz heen, het publiek af en toe trakterend op een van zijn grappen. ‘Philip Freriks vroeg op een gegeven moment: aan welke universiteit word je absurdist? Toen antwoordde ik: aan de universiteit van normale mensen. En als je die hebt doorlopen, word je dokter anders. Ik vond hem zelf wel grappig, maar dat stukje is eruitgeknipt.’

Moet je slim zijn om absurdist te zijn?
‘Nou, dat weet ik niet. Maar je moet natuurlijk wel een soort gekte toelaten en bereid zijn om de waanzin te laten toetreden. Gummbah heeft dat heel erg, hij is toch wel de grootste absurdist van het land. Hij is geniaal, maar hij is ook…’

Gek?
‘Ik weet niet of hij gek is, maar hij zit in ieder geval goed in zijn eigen wereld, in zijn eigen energie. Als je met hem praat ook. Heel interessant.’

Zijn voorleesshow Verkeerde Benen noemt Snijders een ode aan de schrijver K. Schippers. ‘Ge-wel-di-ge vent. Die mag zeker niet ontbreken in mijn verhaal. Hij had bijvoorbeeld een lijstje woorden vertaald uit het Frans. Stoel. Tafel. Behang. Of hij las een ge- dicht voor getiteld Adressen. ‘Stadhouderskade 44. Van der Visstraat 2.’ En daar dan een heel rijtje van.’

Wanneer wordt absurdisme satire?
‘Als je iets op de hak neemt of com- mentaar geeft op de maatschappij. Satire is denk ik vrij hoopvol. Er zit een gevoel in dat er een alternatief mogelijk is. We lachen ergens om en laten zien dat het anders kan. Bij absurdisme is er geen alternatief. Absurdisme is gewoon raar. Het slaat nergens op, en satire slaat ergens op. Dat bedenk ik nu voor het eerst: satire slaat ergens op.’

Wat is dan het doel van het absurdisme?
‘Het doel is mensen even uit hun normale denkpatroon te halen. Je probeert steeds iemands blik te verleggen. Herman Finkers doet dat goed. Hij zegt iets waarvan je denkt: dit kan ik maar op één manier interpreteren. En dan zegt hij daarna iets waardoor je het allemaal van een totaal andere kant moet bekijken. Een heel bekende is: ‘Ik heb geen vriendin.’ Stilte. ‘Mijn schoonouders konden geen kin- deren krijgen.’

Uiteindelijk is het absurdisme goed te vergelijken met een verjaardag, zegt Snijders. ‘Je kent wel dat moment dat je op een feestje in een gesprek belandt en denkt te weten waar het over gaat, maar dat het opeens over iets heel anders blijkt te gaan. Wat we dan doen is proberen onze gedachten weer kloppend te maken. We zijn altijd op zoek naar de logica. En absurdisme probeert juist te laten zien dat je die logica ook los kan laten. Dat je je mag verliezen in de onzin en dat dat oké is.’

Aan het eind van het gesprek is Snijders even stil. Dan zegt hij: ‘Wil je in het interview trouwens Normale Mensen noemen? Dat is mijn naam op sociale media. Misschien willen de lezers Normale Mensen volgen op Twitter.’

Verscheen op woensdag 28 augustus in de Volkskrant. Bekijk hier het artikel in PDF: pagina 1, pagina 2.

[av_gallery ids=’2109,2110′ style=’thumbnails’ preview_size=’portfolio’ thumb_size=’portfolio’ columns=’5′ imagelink=’lightbox’ lazyload=’avia_lazyload’]

 

Geef een reactie